(een website met reisverslagen, foto's en tips voor het maken
van betere (vakantie) foto's)

Reisverslag:Zuid-India

Religies in India

Veel mensen die India bezoeken vinden het geestelijk leven van India moeilijk te begrijpen. Zo kent India geen staatsgodsdienst, maar speelt godsdienst wel een belangrijke rol in het hedendaagse India. De meeste Indiërs zijn aanhangers van het hindoeïsme. Uit het Hindoeïsme ontstonden het boeddhisme, jainisme en veel later het sikhisme. Omdat Indiërs zicht over de hele wereld hebben verspreid, komen de godsdiensten nu overal voor.

Hindoeïsme

BrahmaanVan de Indiase bevolking is zo'n 82% hindoe. Het hindoeïsme is een moeilijk te doorgronden godsdienst. Het kent niet één bepaalde heilige tekst, geen dogma's, geen profeten en een gemeenschappelijke eredienst is geen vereiste. Tempelbezoek is niet verplicht en de gelovige hoeft zich niet bezig te houden met een abstracte leer, hoeft geen bepaalde rituelen te volgen of de heilige taal - het Sanskriet - te kennen. Tot slot maken het idee van wedergeboorte en de overvloed aan godheden het er niet makkelijker op.

De eerste opvattingen over een dergelijk geloof dateren van voor de Indusvalleibeschaving. De eerbied voor de natuurelementen nam een belangrijke plaats in. Het herdersvolk van de Ariërs vereerden bijvoorbeeld de zon als 'Surya'. Zij introduceerden duidelijk omschreven rituelen, offers en priesters (brahmanen) die bemiddelden tussen de goden en de mensen. Hun ideeën zijn uiteengezet in de vier Veda-teksten in het vroeg-Sanskriet. Deze werden uit het hoofd gezongen en mondeling van generatie op generatie doorgegeven. Pas rond 500 v.C. werd er iets op schrift gesteld. Latere teksten laten belangrijke nieuwe ideeën zien zoals spiritueel karma en de macht van de brahmaan-kracht. Karma kan uitgelegd worden als het vermogen van ieder individu om met goede of kwade gedachten en handelingen de geest door generaties heen te beïnvloeden. De geest ondergaat een reeks van wedergeboorten met een wisselende mate van pijn en verlangen wanneer de geest beter wordt of terugvalt als reactie op daden in het verleden. De ziel ontsnapt uiteindelijk, ofwel via nirvana waar de eigen persoonlijkheid wordt uitgewist, of via moksha, de uiteindelijke verlossing van de cyclus van wedergeboortes.

In de loop van de tijd werden ideeën steeds abstracter, de rituelen ingewikkelder, het Sanskriet onbegrijpelijker en de macht van de brahmanen steeds groter. Gewonen mensen voelden zicht aangetrokken tot nieuwe, eenvoudiger godsdiensten. Van deze hielden het boeddhisme en het jainisme het langst stand; zij vielen in goede aarde bij kooplui en vorsten.

Door de eeuwen heen hebben de hindoeleer en -rituelen bijna elk aspect van het leven van de gelovige doordrongen. Hindoes leven over het algemeen in het keurslijf van het kastenstelsel, hoewel dat in het huidige India niet direct opvalt. Huwelijken worden echter nog steeds meestal binnen dezelfde kaste gesloten en bruidschatten leiden tot torenhoge schulden wanneer naast zijden stoffen en juwelen ook nog eens motoren en koelkasten op het verlanglijstje staan.

Hoe vaag het hindoeïsme ook mag zijn, het verschaft een duidelijk patroon voor het leven. Er zijn vier fasen: jeugd en onderricht, huwelijk en het stichten van een gezin, een celibatair leven met meditatie en ten slotte het afzweren van alle aardse goederen in de hoop nirvana of moksha te bereiken. Het hindoeïsme kent vier verheven doelen: dharma (deugd, leven op de juiste manier), artha (rijkdom op de juiste manier verkregen), karma (het geven en ontvangen van liefde en vriendschap) en, als je de vorige drie hebt bereikt, moksha (verlossing van de cyclus van wedergeboortes).

Boeddhisme

Boeddhistische monnikenHoewel Boeddha (de Ontwaakte of Verlichte) in India is geboren, is slechts zo'n 8% van de Indiase bevolking boeddhist. Volgens recent onderzoek leefde Boeddha van circa 450 tot 350 v.C. of later. Hij woonde als een prins van de kshatriya-kaste in Lumbini, in het huidige Nepal. Toen hij 30 was begon hij aan de strengheid en ascese van het hindoeïsme te twijfelen, zegde zijn luxe leven vaarwel en ging het huis uit. Vijf jaar later bereikte hij de staat van bodhi (verlichting) na een periode van meditatie onder een vijgenboom bij Bodh Gaya.

Boeddha was meer een man van inzicht dan van goddelijke openbaring. Hij begon zijn levenslange zendingswerk in Sarnath met zijn preek 'Het wiel van rechtvaardigheid aan het rollen brengen'. Hierin behandelde hij het grote probleem van het leven en het verlangen en gaf als oplossing de 'middenweg' (matiging) en 'dharma' (geloof dat zich uit in de ware aard van de wereld, de menselijke natuur en de geestelijke verdieping). Deze zaken kunnen samen met sangha (kloosterleven) leiden tot het doel, nirvana.

In tegenstelling tot het ontoegankelijke hindoeïsme preekt Boeddha een rationele, simpeler leer in de volkstaal. Zij leer was populair onder kooplui die samen met de heersers van Ashoka Maurya India's eerste grote stenen gebouwen (stoepa's) en beeldhouwwerken langs de handelsroutes financierden. Aanhangers stichten kloosters, soms in combinatie met universiteiten zoals in Nalanda.

Na de dood van Boeddha zetten de sangha's zijn werk voort. Na verloop van tijd kwam er een scheuring. De Hinayana-sekte (Klein Voertuig) zag Boeddha als de Grote Meester en verspreidde zijn leer in Ceylon, Birma en Siam. De Mahayana-sekte (Groot Voertuig) beschouwde Boeddha als God en verspreidde zijn leer in China, Japan, Mongolië en Tibet. Enige eeuwen was het boeddhisme Indiaas belangrijkste godsdienst, maar in de 7e eeuw legde ze het af tegen het hervormde hindoeïsme en verloor steeds meer terrein.

Jainisme

De jains (zo'n 4% van de Indiase bevolking) leven voornamelijk in het westen bij de heilige heuvels die zij regelmatig moeten bezoeken. De stichter van het jainisme, Mahavia (Grote Held), leefde vermoedelijk in de 6e eeuw v.C. Hij was een godsdienst hervormer die, evenals Boeddha, zijn huis verliet om als naakte asceet te leven totdat hij geestelijk inzicht verkregen had. Hij werd jina (overwinnaar) en zijn volgelingen werden jains.

Mahavira leerde zijn volgelingen dat het heelal oneindig is, niet geschapen en dat er in alles jiva's (zielen) zitten. Vandaar dat de jains geloven in ahimsa (eerbied voor het leven), dat een strikt vegetarische leefwijze voorschrijft. Het in acht nemen van ahimsa samen met een strenge gedragscode kan leiden tot moksha. Evenals hindoes en boeddhisten geloven jains zowel in reïncarnatie als in redding. Ze verwerpen offers en het kastenstelsel, maar staan wel sallekhana (dood door vasten en meditatie) toe.

Er bestaan twee jain-sektes. De strenge Digambara's hebben geen bezit en geloven dat alleen mannen moksha kunnen bereiken. De Shvetambara's zijn minder streng. In het huidige India zijn de meeste jains Shvetambara's. Vaak zijn het mannen die geslaagd zijn in het zakenleven en veel geld geven aan ziekenhuizen, scholen en bibliotheken.

Sikhisme

De meeste van de circa 20 miljoen sikhs wonen in Punjab en rond Delhi. Ze zijn te herkennen aan hun witte tulbanden. De sikhs volgens de leer van goeroe (leraar) Nanak (1469-1539), die geboren werd bij Lahore in het huidige Pakistan. Hij was een van de vele hindoe Sants (dichterfilosofen) die elementen uit de islam introduceerden. Hij preekte het bestaan van één God die sat (waarheid) is en zich manifesteert via zijn goeroes. Hij riep op tot meditatie en gelijkheid, en verwierp het kastenstelsel, rituelen bijgeloof, astrologie en discriminatie op grond van geslacht.

Nanak werd opgevolgd door negen andere goeroes. De tiende goeroe, Gobind Sigh (1666-1708), maakte in 1699 een formele religie van het sikhisme. Mannelijke sikhs moeten zich tooien met vijf kakkars: kesh (ongeknipt haar), kangha (kam), kachha (korte broek), kara (stalen armband) en kirpan (zwaard).

Ga naar:

Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.