(een website met reisverslagen, foto's en tips voor het maken
van betere (vakantie) foto's)

Reisverslag: Marokko

Homepage Reizen Foto's Fotografie Contact Gastenboek

De Marokkaanse samenleving

Marokko telde in 2000 circa 25 miljoen inwoners. Land en bewoners zijn één en ondeelbaar, maar er bestaan niettemin tal van kleine en grote lokale verschillen die een rondreis door het land zo boeiend maken.

Stad en platteland

Iedere reiziger zal getroffen worden door de opvallende verschillen tussen stad en platteland in Marokko. Deze verschillen vinden hun oorsprong in het landschap, dat contacten tussen de verschillende regio's bemoeilijkte. Marokko heeft met grote rivieren als de Moulouya in het oosten, de Sebou en Oum er-Rbia in het westen het uitgebreidste rivierennet van geheel Noord-Afrika, maar er zijn (met uitzondering van de Loukos) geen begaanbare rivieren. Ook bergketens belemmerden interregionale contacten. In het verleden was de centrale overheid bovendien slechts bij tijd en wijle in staat haar macht te laten gelden. hierdoor ontwikkelden stads- en plattelandsleven zich tot aan het begin van de 20ste eeuw betrekkelijk onafhankelijk van elkaar. Plaatsen als Rabat, Salé, Fes, Meknes, Tetouan en Marrakech ontwikkelden zich over een periode van eeuwen tot echte steden, met een daarbij behorende stedelijke elite die zich wilde onderscheiden van de hen omringende plattelanders.

Op het platteland wist de bevolking zich in de loop der eeuwen op bewonderenswaardige wijze aan te passen aan de mogelijkheden en beperkingen van het landschap. Een nomadisch leven was bijvoorbeeld de enige bestaansmogelijkheid in het oosten en diepe zuiden van Marokko, terwijl de oasen, de Sous en de Haouz rond Marrakech geïrrigeerde landbouw juist een sedentair bestaan vereiste. De bewoners van het Atlasgebergte combineerden landbouw en veeteelt door afhankelijk van het seizoen tussen bergweide en laagvlakte heen en weer te trekken. Landbouwterrassen en palmentuinen, maar ook de tegen de bergen gebouwde huizen en lemen nederzettingen getuigen van het ingrijpen van de mens in het landschap.

Hoewel stad en platteland in tal van opzichten contrasteren, zijn er van oudsher hechte relaties tussen de twee. In het verleden trokken karavanen vanuit de zuidelijke oasen naar de Soedan om op de terugweg Marrakech en Fes aan te doen. Tegenwoordig zijn er weekmarkten of soeks waar plattelander en stedeling, nomade en boer elkaar ontmoeten om waren en nieuwtjes uit te wisselen. Van belang zijn ook de regelmatige contacten die urbane nieuwkomers onderhouden met hun geboortestreek. Door de fenomenale aanwas van nieuwe bewoners hebben veel steden bovendien zo langzamerhand contact gemaakt met plattelandsdorpjes waar ze ooit ver weg van leken te liggen.

Eenheid en verscheidenheid

Gevraagd naar zijn afkomst is de kans groot dat een Marokkaan in zijn antwoord zijn regionale, etnische of tribale afkomst zal betrekken. Regionalisme blijkt bijvoorbeeld uit de aparte identiteit van mensen uit de Sous en de Rif. Vooral de Riffijnen kennen een lange geschiedenis van een ambivalente of zelfs tegendraadse houding tegenover de Marokkaanse overheid. Maar ook voor andere bewoners is regionale afkomst een belangrijk gegeven. Soms zijn mensen publiekelijk bekend als Soussi, Doukkali of Saharawi. Het belang van etnische afkomst blijkt ook wanneer iemand een Berberse achtergrond opvoert ten koste van het Arabische bestandsdeel in de Marokkaanse cultuur. Naast dit hevig betwiste onderscheid tussen Berbers en Arabieren zijn er echter nog andere etnische onderscheidingen in omloop.

Vooral vanaf de 17e eeuw zijn via de karavaanhandel veel slaven naar Marokko gehaald. Hun afstammelingen worden Abid genoemd. Een deel van hen is georganiseerd in religieuze Gnawabroederschappen, wier leden zo nu en dan optreden als straatmuzikanten. De leden van dit genootschap identificeren zich in hoge mate met Sidi Bilal, de slaaf van de profeet Mohammed.

In tegenstelling tot Abid hebben Haratin geen verleden als slaaf. Zij zijn landbouwers die meestel als deelpachter op de akkers van land bezittende families in de zuidelijke oasen werkzaam zijn. Vanwege hun afstamming en donkere huidskleur worden ze soms door medebewoners neerbuigend bejegend. Als onderdeel van hun emancipatiestreven verzetten de Harratin zich tegen het gebruik van hun naam, die naar een voor hen onprettig verleden verwijst.

Ook afstammelingen van de Profeet - Shurafa genaamd - vormen een aparte etnische categorie. In bezit van een genealogisch certificaat beroepen zij zich op verwantschap met een erkende nakomeling van de dochter van de Profeet. Om hun aanzien kracht bij te zetten laten Shurafa zich aanspreken met ' moulay' (mijnheer) of ' lalla' (mevrouw). Niet iedereen in Marokko kan zich vinder in de aparte behandeling waarop de Shurafa recht menen te hebben. Overigens is het koningshuis ook van sharifische afkomst.

Van de ongeveer 200.000 joodse Marokkanen is na de grootscheepse migratie naar Israël in de jaren vijftig nog maar een fractie over. In onder andere Marrakech, Fes, Tetouan, Oujda, Essaouira en El Jadida zijn nog synagogen, begraafplaatsen en andere tastbare sporen van het joodse verleden. In de stad leefden joden in aparte wijken (mellah's), aan de rand of buiten de muren en onder de directe hoede van het koninklijke paleis. Ook buiten de steden, in de Hoge Atlas en in de Dra-vallei, leefden grote joodse gemeenschappen. Door het gehele land zijn heiligdommen van joodse heiligen die ook door moslims worden bezocht.

Terug

Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.