De Han, de eigenlijke Chinezen, vormen (circa 91,5%) verreweg de grootste
bevolkingsgroep. Naast de Han leven er in China nog 55 bevolkingsgroepen (klik op de kaart voor
een vergroting). De 55 minderheden tellen in 2000 samen ruim 106 miljoen personen.
Dat zijn er 16 miljoen meer dan in 1990. Ook procentueel groeit hun aantal. Die
groei komt doordat ze vanwege hun tradities en mogelijke neiging tot rebellie
(gedeeltelijk) zijn vrijgesteld van de gezinsplanningregels.
Ondanks hun numerieke minderheid, beslaat het woongebied van de
minderheidsvolken 60% van de oppervlakte van China. De door minderheden bevolkte
provincies vormen een hoefijzer rond het dichtbevolkte woongebied van de Han in
Oost- en Midden-China. Het mag duidelijk zijn dat dit tot spanningen
tussen de Han-Chinezen en de minderheden leidt. Om de kans op opstanden te
verkleinen, de Han-Chinezen meer ruimte te bieden en om de nationale grenzen te
versterken probeert Beijing de minderheidsgebieden te 'verchinezen'. Dit gebeurt
door de aanleg van infrastructuur, economische en sociale ontwikkeling en de
massale migratie van Han-Chinezen.
Cultureel en religieus verschillen de minderheidsgroepen sterk van de
Han-Chinezen. Ondanks het feit dat de minderheidsgroepen wettelijk volwaardige
burgers zijn, worden ze in de praktijk vaak achtergesteld, geminacht en soms
zelfs vervolgd. In sommige gebieden worden minderheden beschermd, maar dat is
vaak vanwege het toeristische rendement van hun folklore. |