(een website met reisverslagen, foto's en tips voor het maken
van betere (vakantie) foto's)

Foto tips

Objectieven

Misschien denk je dat deze pagina alleen maar interessant is voor je als je een camera met verwisselbare lenzen wilt kopen. Dit is echter niet het geval. Ook als je een camera met een vaste (zoom)lens wilt kopen, is het goed om te weten waar je op moet letten.

Kampie's foto tips: objectievenObjectieven worden in de volksmond vaak lenzen genoemd. Dit is feitelijk niet juist. Elk objectief bevat weliswaar meerdere lenzen, maar deze lenzen zijn slechts een onderdelen van het objectief. De afbeelding naast deze tekst is bijvoorbeeld een schematische weergave van een f4L, 70-200mm zoomobjectief van Canon.

Van alle onderdelen van een camera heeft het objectief de meeste invloed op het eindresultaat. Met een goedkoop kunststof objectief zal je nooit mooie heldere foto's kunnen maken. Koop daarom liever een iets eenvoudiger camera (bijvoorbeeld bij digitale camera's een camera met minder pixels) dan dat je op de kwaliteit van het objectief gaat bezuinigen.

Wanneer een lichtstraal door een transparant oppervlak zoals glas gaat, dan wordt de lichtstraal afgebogen. Van dit verschijnsel maken we bij het maken van foto's dankbaar gebruik. een objectief bestaat uit een aantal achter elkaar geplaatste transparante oppervlakken in de vorm van geslepen lenzen. Door de verschillende lenzen in een objectief verschillend te slijpen (hol, bol of vlak) worden lichtstralen die het objectief in gaan op het negatief achterin de camera geprojecteerd. Belangrijk hierbij is dat alle kleuren in het licht en lichtstralen die op verschillende plaatsen het objectief ingaan (in het midden of aan de rand) op dezelfde manier worden afgebogen. Alleen dan wordt het onderwerp goed op het negatief geprojecteerd.

Ik zal nu een aantal zaken over objectieven trachten uit te leggen aan de hand van de volgende begrippen:


Brandpuntsafstand

Voor wat betreft de brandpuntsafstand onderscheiden we twee soorten objectieven

  • objectieven met een vast brandpuntsafstand (bijv. 50 mm)
  • objectieven met een variabele brandpuntsafstand (bijv. 70-200 mm)

Objectieven met een variabele brandpuntsafstand worden zoomobjectieven genoemd. Het voordeel van zoomobjectieven is dat je minder lenzen mee hoeft te nemen en minder vaak van lens hoeft te wisselen. Een nadeel van zoomobjectieven is dat deze vaak minder lichtsterk zijn.

Bij digitale camera's wordt wordt onderscheidt gemaakt tussen optische zoom en digitale zoom. De mate van optische zoom is afhankelijk van het objectief. Digitale zoom is in feite geen zoom, maar vergroot slechts het middelste gedeelte van het beeld, waardoor het lijkt alsof je hebt ingezoomd. Digitale zoom leidt tot kwaliteitsverlies.

BeeldhoekKampie's foto tips: Beeldhoek

Ons normale gezichtsveld heeft een beeldhoed van ongeveer 45 graden. Objectieven met een beeldhoek van 45 graden worden daarom standaard objectieven genoemd. De brandpuntsafstand van een standaard objectief is afhankelijk van het formaat van de gebruikte negatieven. Bij een kleinbeeldcamera (35 mm) is de brandpuntsafstand van een standaard objectief ongeveer 50 mm. Bij een middenformaatcamera is dat ongeveer 80 mm. Bij digitale camera's waarbij de censor kleiner is dan een kleinbeeldnegatief zal de brandpuntsafstand van een standaardobjectief naar verhouding korter zijn.

Op deze pagina ga ik uit van het gebruik van 35 mm kleinbeeldnegatieven.

Kampie's foto tips: beeldhoekObjectieven met een (veel) grotere beeldhoek noemen we groothoekobjectieven. Dit zijn objectieven met een brandpuntsafstand kleiner dan 50 mm. Met een groothoekobjectief kun je bijvoorbeeld van dichtbij een groot gebouw op de foto zetten. Ook zijn groothoekobjectieven erg geschikt om landschappen mee te fotograferen. Bedenk hierbij wel dat er wel veel op de foto komt, maar dat alles erg klein wordt afgebeeld.

Kampie's foto tips: beeldhoekObjectieven met een (veel) kleinere beeldhoek noemen we tele-objectieven. Tele-objectieven zijn vooral geschikt in situaties waarin je niet dichtbij je onderwerp kunt komen. Met een tele-objectief komt er slecht een klein gedeelte van de omgeving op de foto, maar dan wel sterk vergroot.

De beeldhoek van een lens heeft ook een grote invloed op de compositie. Als ik hetzelfde onderwerp even groot op de foto zet met een groothoekobjectief en een tele-objectief veranderd het karakter van de foto. Bij het gebruik van een groothoekobjectief komt er veel van de achtergrond op de foto en de afstand van het onderwerp ten opzicht van de achtergrond lijkt groter dan deze in werkelijkheid is. Gebruik je daarentegen een tele-objectief, dan komt er relatief weinig van de achtergrond op de foto en zal de afstand van het onderwerp ten opzichte van de achtergrond kleiner lijken dan deze in werkelijkheid is.

Op foto's gemaakt met tele-objectieven lijkt de afstand tussen de voor- en achtergrond kleiner dan deze in werkelijkheid is. Dit wordt het 'indrukeffect' van tele-objectieven genoemd.

Lichtsterkte

Naast de brandpuntsafstand is de lichtsterkte een van de belangrijkste eigenschappen van een objectief. De lichtsterkte van een lens wordt bepaald door de mate waarin het diafragma van een lens geopend kan worden. De wordt aangegeven met zogenaamde f-waarden. Hoe kleiner de f-waarde, des te groter de diafragmaopening. Een lens met een f-waarde van 2.8 is dus lichtsterker dan een lens met een f-waarde van 5.6.

Op een zoomobjectief zijn vaak twee f-waarden vermeldt. Zo kan op een 70-3.00 mm lens staan f4-5.6. De eerste f-waarde geeft altijd de maximale diafragmaopening bij de kortste brandpuntsafstand van een zoomobjectief aan (in dit geval f4 bij 70 mm). De tweede f-waarde geeft de maximale diafragmaopening aan bij de langste brandpuntsafstand (in dit geval f5.6 bij 300 mm). Er zijn ook zoomlenzen die over het volledige zoombereik dezelfde lichtsterkte hebben (bijv. 70-200 mm f4). Dit zijn vaak kwalitatief betere, maar ook (veel) duurdere zoomlenzen.

De keuze voor een groot of klein diafragma heeft invloed op de scherptediepte. Met scherptediepte wordt het gebied bedoeld waarbinnen alles, van voor tot achtergrond, scherp op de foto komt. Hoe kleiner de diafragmaopening (aangeduid met een hoge f-waarde), hoe groter de scherptediepte. Hoe groter de diafragmaopening (aangeduid met een lage f-waarde), hoe geringer de scherptediepte.

Waarop letten?

Tot slot nog een paar kleine tips voor het kopen van een objectief:

Lichtsterkte
Let op bij kopen van een objectief altijd op de lichtsterkte. Met een 28-70 f2.8 zoomobjectief laat meer licht door dan een 28-80 f4-5.6 objectief. Hierdoor zal het mogelijk zijn om bij weinig licht zonder statief nog goede foto's te maken. Lichtsterke objectieven zijn echter duurder dan minder lichtsterke objectieven.

Autofocus
Koop bij voorkeur lenzen met autofocus en geen lenzen waarbij je handmatig scherp moet stellen. Hierdoor kun jij je bij het maken van een foto beter concentreren op de compositie terwijl de camera zorgt voor automatische scherpstelling. Let er wel op dat het autofocussysteem wel uitgezet kan worden in geval de situatie daarom vraagt.

Asferische objectieven
Licht dat op het midden van een objectief valt wordt anders gebroken dan licht dat aan de rand op een objectief valt. Dit gaat ten koste van de scherpte van de foto. bij asferische objectieven is dit effect grotendeels gecorrigeerd.

Apochromatische objectieven
Als een lichtstraal het objectief binnengaat, worden de verschillende kleuren in het licht ieder op een eigen manier gebogen. Hierdoor ontstaat onscherpte. Bij apochromatische objectieven is de gecorrigeerd waardoor de foto's scherper worden.

Ga naar:

Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.