Een fotograaf die in een studio werkt kan het
licht geheel naar zijn hand zetten. Veel hobbyfotografen hebben deze
mogelijkheid niet. Vooral als je op reis foto's maakt zul je het vaak moeten
doen met het aanwezige licht. Zelfs de mogelijkheid om op een ander moment van
de dag (een moment met 'beter' licht) terug te gaan naar de plek waar je een
foto wilt maken ontbreekt soms. Je zult het dan moeten doen met het aanwezige
licht. Gelukkig kun je als fotograaf het licht enigszins naar je hand
zetten.
Voor fotografen kan licht ingedeeld worden op basis van:
Natuurlijk licht Het licht dat we overdag om ons heen zien het natuurlijk licht.
Natuurlijk licht wordt over het algemeen als het mooist ervaren. De uitdaging is
om alleen met natuurlijk licht de juiste sfeer vast te leggen.
Omdat het zonlicht bij zonsopkomst en -ondergang een
langere afstand door de atmosfeer moet afleggen dan midden op de dag en het licht in de atmosfeer wordt gefilterd, is de kleur van het licht bij
zonsopkomst en -ondergang warmer dan midden op de dag.
Kunstlicht Kunstlicht kan een bijzonder effect op foto's hebben. Alleen is het goed
om je te realiseren dat kunstlichtbronnen een eigen kleurzweem op de foto over
zullen brengen. Zo heeft een gloeilamp een geel/oranje zweem en tl-licht een
groene zweem. Een kleurzweem die je zelf niet ziet als je naar de situatie
kijkt. Het menselijk oog neemt deze zweem niet waar, hij wordt echter wel op het
negatief vastgelegd (de 'kleuradaptie' van de film is kleiner dan die van het
menselijk oog).
Flitslicht Flitslicht kan worden gebruikt in situaties waarin er niet voldoende
natuurlijk licht aanwezig is. Het is ook mogelijk om flitslicht samen met het
aanwezige natuurlijke licht te gebruiken om bepaalde effecten te bereiken.
Buiten wordt de kwaliteit van het licht voornamelijk bepaald door de zon.
Maar ook de wolken, weersomstandigheden en zaken die het zonlicht tegenhouden of
filteren (bijv de bladen aan een boom) zijn van invloed op de kwaliteit van het
licht. Opvallend genoeg vinden we vaak de foto's die gemaakt zijn met licht dat niet de reële, neutrale kleuren
weergeeft het meest fotogeniek. Het warme licht rond zonsopkomst en rond
zonsondergang is absoluut het mooist. Een ondergaande zon is gemakkelijk vast te leggen. Je kunt wachten tot de bol
van de zon zó dicht bij de horizon is, dat deze mee gefotografeerd wordt, of je
maakt een foto zonder de zon in beeld. Als je recht tegen het felle licht in
fotografeert, zal de camera vanzelf een kleine lensopening en een snelle
sluitertijd kiezen. Hierdoor wordt de hele situatie onderbelicht. Dit geeft het
mooie effect van donkere silhouetten voor het felle licht van de zon. Werk zowel
bij zonsopkomst als ook bij zonsondergang snel. Zorg dat alles klaar staat want
de verandering op het mooiste moment volgen elkaar snel op.
Hard licht Als het licht afkomstig is van een kleine lichtbron (flitser, of lamp)
of van een grote lichtbron op grote afstand (de zon) is het licht meestal hard
en gericht. Hard licht kun je dan ook herkennen aan de diepe schaduwen en de
felle vlakken. In de zomer is het licht midden overdag vaak erg hard. De zon staat hoog
aan de hemel en geeft fel licht met harde schaduwen. De grote contrasten
bemoeilijkt dan het maken van mooie foto's. Dat wil echter niet zeggen dat er overdag niet gefotografeerd zou
kunnen worden. Integendeel, verreweg de meeste foto's worden gemaakt met de zon
hoog aan de hemel. Het kan helpen om juist bij dit felle licht toch gebruik te
maken van een flitser. Je kunt dan de harde schaduwen een beetje verzachten door
bijvoorbeeld bij een portret een zogenaamde invulflits te gebruiken. Omdat de totaal aanwezige hoeveelheid licht midden overdag vaak groot is, bereik
je met het maken van foto's in de schaduw meestal mooie effecten. Het is van
belang om dan helemaal in de schaduw te werken en fel belichte partijen die net
door de zon worden beschenen, buiten beeld te houden.
Zacht licht Zacht licht is afkomstig van een grote, diffuse lichtbron (of meerdere
lichtbronnen). Het is te herkennen aan het ontbreken van duidelijke schaduwen. Zacht licht komt meestal mooier over op foto's. De kleuren zijn dan wel
minder helder en briljant, maar de foto oogt prettiger dan een afbeelding met
grote contrasten. Het menselijk oog heeft een groter contrastbereik dan een fotorolletje. Het zal
voor de fotograaf dus niet altijd vooraf zichtbaar zijn dat schaduwen
'dichtlopen' of lichte partijen 'uitgebeten' over gaan komen op een foto of een
dia (in die gevallen zijn er geen structuren meer te herkennen in de meest
donkere of lichte delen van een foto).
Diffuus licht Diffuus licht wordt veroorzaakt door verstrooiing van licht door
minuscule waterdruppeltjes in de lucht, dit is bijvoorbeeld mooi te zien bij
ochtendnevel. Bij het maken van foto's in de bergen kan het teleurstellend zijn om te merken
dat de foto hierdoor een wat vlak en monochroom karakter krijgt. Als de
hoeveelheid licht voldoende is, zou je kunnen proberen door het gebruik van een
polarisatiefilter de kleuren meer verzadigd over te laten komen.
De richting van het licht is voor een groot deel bepalend voor de
vormweergave van hetgeen je wilt laten zien. Als je met de zon in de rug
fotografeert zal de belichting niet zo snel voor problemen zorgen. Je loopt
echter wel het risico dat het beeld een plat en daardoor weinig plastisch
karakter heeft. Een mooiere verlichting ontstaat als het licht van de zijkant
komt.
Licht van boven Als het licht van boven op het onderwerp valt, zoals in de zomer midden
op een zonnige dag, dan krijg je vaak geen mooie foto's. De schaduwen zijn kort
en donker en de foto wordt vlak zonder driedimensionale effecten. Mensen krijgen
als het licht van boven komt lelijke schaduwen onder de ogen en de kin. Dit kun
je voorkomen door een invulflits te gebruiken.
Frontaal licht Er is sprake van frontaal licht als de lichtbron (bijv. de zon) zich
achter de rug van de fotograaf bevindt. Het onderwerp wordt dan vanaf de
voorkant belicht. Frontaal licht levert vaak teleurstellende foto's op. Dit komt
door het ontbreken van schaduwwerking (de schaduw bevindt zich achter het
onderwerp) krijg je een vlak beeld. Daar komt nog bij dat mensen die tegen de
zon in kijken de neiging hebben hun ogen dicht te knijpen.
Zijlicht Bij het het maken van portretfoto's levert zijlicht meestal geen mooie
foto's op. Maar verder kun je met zijlicht vaak mooie foto's maken. Doordat het
onderwerp van de zijkant belicht wordt, ontstaat er een schaduwwerking die zorgt
voor diepte in de foto.
Tegenlicht Tegenlicht ontstaat als er in de richting van de lichtbron (vaak de zon)
wordt gefotografeerd. Je kunt dat o.a. doen om een silhouet te krijgen zoals bij
het fotograferen van een zonsondergang. Soms ontstaat er zelfs een stralenkrans
van licht om het onderwerp heen. (Half) doorzichtige onderwerpen (zoals bladeren
aan een boom) krijgen bij tegenlicht vaak een bijzondere glans.
Strijklicht Strijklicht is licht dat alleen van de zijkant op een onderwerp schijnt.
Dit zorgt voor een hele duidelijk weergave van de structuur.
De kleur van het daglicht is niet de hele dag hetzelfde. Als wij om ons heen
kijken corrigeren onze hersenen deze verschil waardoor wij de hele dag het licht
als neutraal wit licht ervaren. Een film heeft deze mogelijkheid niet. De meeste
films zijn afgestemd op gemiddeld daglicht. Wijkt het licht daarvan af, dan kan
dat een kleurzweem op de foto veroorzaken. Ook een sensor van een digitale
camera beschikt niet over het automatisch corrigerend vermogen van onze
hersenen. In plaats daarvan kun je op veel digitale camera's handmatig de
'witbalans' instelllen.
Het licht van een zon die hoog aan de hemel staat is bijna wit. Een laag
staande zon zorgt echter voor een veel warmer gelig of oranje licht. Dit is
echter nog niet vergeleken bij het warme licht van een gloeilamp of kaars.
Als de kleur van het daglicht niet de gewenste foto oplevert, dan heb je twee
opties. Of je wacht totdat de kleur wel goed is, of je gebruikt een filter om de
kleur te corrigeren.
Warm licht Vooral aan het begin en aan het eind van de dag heeft het licht een
warme kleur. 's Ochtends vroeg heeft het licht een warm gele kleur terwijl het
licht aan het eind van de dag een warm oranje zweem kan krijgen. Of dit een mooi
effect oplevert bij het maken van foto's is een kwestie van smaak en van het
onderwerp. Zo kan de warme gloed bij een portretfoto gemaakt bij zonsondergang
als storend ervaren worden terwijl diezelfde gloed bij het maken van een landschapsfoto
vaak als zeer welkom wordt ervaren.
Koud licht Is er rond zonsopkomst en zonsondergang sprake van warm licht, op
sommige andere momenten kan er sprake zijn van koud licht. Zo is het licht vaak
vrij koud vlak voor zonsopkomst, maar tijdens zwaar bewolkte dagen zelfs midden
op de dag. Op grote hoogte is er door de hoge hoeveelheid ultraviolette straling
zelf bij zonnig weer vaak sprake van koud licht. Dit is ideaal om bijvoorbeeld
de kou op grote hoogte te benadrukken, maar meestal levert warmer licht mooiere
foto's op.
Ga naar:
Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.