(een website met reisverslagen, foto's en tips voor het maken
van betere (vakantie) foto's)

Foto tips

Bronvermelding: de tekst op deze pagina is gebaseerd op het boek 'Fotograferen onderweg' geschreven door Frank Muller en door mij verder aangevuld met een aantal andere begrippen.

Begrippenlijst

A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z

 

A

 

Aberratie

Wanneer een objectief geen perfect beeld geeft qua vorm en scherpte ondanks juiste instellening op het onderwerp, dan wordt dat aberratie genoemd. Aberraties komen tegenwoordig veel minder voor dan vroeger. De mate van vertekening hangt af van de kwaliteit van het objectief.

AE lock (AEL)

Auto Exposure lock. De mogelijkheid om tijdelijk de belichtingswaarde, gemeten door het lichtmetingssysteem, vast te houden wanneer het zoekerbeeld verandert.
Niet alle camera's beschikken over deze mogelijkheid.

AF

Zie autofocus.

Apochromatisch (APO)

Licht bestaat uit verschillende kleuren. Iedere kleur wordt op zijn eigen manier gebroken als een lichtstraal door een lens valt. Bij teleobjectieven kan enige mate een onscherpte ontstaan als de kleuren door deze verschillende breking niet precies op hetzelfde punt op het negatief samen vallen. In een apochromatische lens wordt dit gecorrigeerd. Hierdoor ontstaat een scherper beeld.

APS

Advanced Photo System, een filmformaat dat in 1996 geïntroduceerd werd door een collectief van de grootste camera- en filmfabrikanten. APS is vooral bedoeld voor de amateur-fotograaf. Professionele zwart-wit en diafilms worden dus niet in APS-formaat aangeboden. Na ontwikkelen wordt de film in zijn cassette opgeslagen en met een indexvel afgeleverd. De negatieven kunnen er alleen door de afdrukcentrale uitgehaald worden. Hierdoor zijn ze beter beschermd tegen onvakkundige behandeling, stof, krassen, vingerafdrukken etc.

ASA

American Standards Association: een serie getallen die de snelheid van een film aangeven. Een stop meer gevoeligheid betekent een verdubbeling van het ASA getal. Het ASA systeem is inmiddels vervangen door het ISO systeem.

Asferisch

Licht dat door het midden van een lens naar binnen valt wordt op een andere manier gebroken dan licht dat verder naar de zijkant van de lens binnenkomst. Hierdoor kan enige mate van onscherpte ontstaan. Asferische objectieven corrigeren dit verschijnsel. Hierdoor ontstaat een scherper beeld.

Autofocus

Autofocus is een automatische scherpstelfunctie van het objectief. Een sensor in de camera registreert op welke afstand het te fotograferen object zich van de camera bevindt, waarna het objectief automatisch scherp wordt gesteld

 

B

Terug naar boven

 

Beeldhoek

Als wij recht vooruit kijken beslaat de beeldhoek die we overzien ongeveer 45o. Objectieven kunnen door hun optische constructie totaal andere beeldhoeken zichtbaar maken. Hierdoor kan er dus een grotere of kleinere hoek dan die 45o op het negatief of de sensor worden geprojecteerd. De beeldhoek is ook afhankelijk van het standpunt van waaruit de foto wordt genomen.

Belichting

We spreken van belichting wanneer de film aan licht wordt blootgesteld. Hierdoor ondergaat het filmoppervlak een chemische verandering.

Bewegingsonscherpte

Het begrip bewegingsonscherpte duidt op beweging van de camera tijdens het belichten van de film waardoor de foto onscherp wordt. Het probleem kan worden opgelost door een kortere sluitertijd te kiezen of door een statief te gebruiken.

Belichtingstrapje

Zie bracketing

Bracketing

Deze Engelse term verwijst naar een techniek waarbij je de kans op een goed belichte foto vergroot door één opname volgens de door de camera voorgestelde belichting te maken en daarna tenminste één met over- en tenminste één met onderbelichting.

Brandpuntafstand

Weet je nog dat je nog dat je vroeger als kind met een stukje papier en een vergrootglas vuur kon maken? Door een vergrootglas exact op de juiste afstand van het papier te houden, werden alle stralen van de zon op één punt op het papier gebundeld en waren ze tezamen sterk genoeg om voor ontbranding te zorgen. Omdat die afstand karakteristiek is, is men er ooit lenzen mee gaan classificeren en onder meer voor objectieven in de fotografie gaan gebruiken. Bij zoomobjectieven kan de brandpuntafstand door te 'zoomen' worden gewijzigd. Deze objectieven worden altijd met hun minimale en maximale brandpuntafstanden aangeduid. bijv. 28-80 mm

 

Camerastandpunt

Het begrip camerastandpunt verwijst naar de positie van de camera in relatie tot het onderwerp.

Centrumgerichte meting

Manier van lichtmeting waarbij de belichting wordt gebaseerd op de hoeveelheid licht in en rond het midden van het beeld.

Compositie

De compositie is een sleutelbegrip voor het maken van mooie foto's. Het verwijst naar hoe de diverse elementen in de foto zich verhouden tot elkaar en tot het beeldkader.

Contrast

In de fotografie verwijst dit begrip naar verhoudingen tussen lichte en donkere elementen in de foto.

 

DDL

Door de lens, zie TTL.

Diafragma

Het diafragma duidt de maat aan van de opening in het objectief waar het licht doorheen valt. Diafragma waarden worden uitgedrukt in getallen die 'f-stops' worden genoemd. Een klein diafragma (kleine opening) heeft een groot getal (f/22 is bijvoorbeeld niet groter dan een speldenknop), terwijl een groot diafragma (grote opening) aangeduid wordt met een klein getal. De reeks waarden die je in kunt stellen is afhankelijk van het objectief dat op een camera in gemonteerd. Doordat het veranderen van de diafragmawaarde gevolgen heeft voor de hoeveelheid licht dat op de film valt, moet ook de sluitertijd aangepast worden om de film goed te belichten. Daarnaast heeft de keuze van de diafragmawaarde gevolgen voor de scherptediepte.

Diafragmaringen of -vlekken

Lichte, hoekige vlekken die meestal diagonaal over een foto lopen. Ze worden veroorzaakt door schuin in de lens vallend zonlicht. Het gebruik van een zonnekamp kan dit verschijnsel voorkomen.

Diffuus licht

Egaal, gelijkmatig licht zonder harde schaduwen. Bij diffuus licht is het niet, of slechts moeilijk, te bepalen uit welke richting het licht komt. Mist is een extreme vorm van diffuus licht.

DIN

Deutsche Industrie Norm. Duitse aanduiding voor de filmgevoeligheid. Omdat men van logaritmische metingen uitging werd een verdubbeling van de filmgevoeligheid aangegeven door het gevoeligheidsgetal met 3 te verhogen. Een 100 ASA film was 21 DIN. Een 200 ASA film werd dan 24 DIN. Deze norm is inmiddels internationaal vervangen door de ISO-norm waarin de Duitse DIN-standaard en de Amerikaanse ASA-standaard gecombineerd worden in : 100/21 ISO.

Doortekening

Delen van de foto die heel licht of juist heel donker zijn, maar waar toch nog structuur in te zien is. Bijvoorbeeld de schaduwkant van een boom waarin nog wel de structuur van de schors te zien is.

Draadontspanner

Schakelaar die via een draad of draadloos met de camera verbonden wordt en waarmee je een foto kunt maken zonder de ontspanknop in te drukken.Wordt meestal gebruikt in combinatie met een statief om zo trillingen veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.

Dubbelopname

Een foto maken door één negatief meerdere keren te belichten.

DX-code

Afkorting van Data eXchange. De DX-code is de combinatie van zilveren en zwarte blokken op de zijkant van een kleinbeeld filmrolletje. Hiermee kan de camera automatisch de filmgevoeligheid aflezen.

Filmgevoeligheid (ISO-waarde)

De filmgevoeligheid is een waarde die de mate van gevoeligheid voor licht van de film aangeeft. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe gevoeliger de film. De ISO filmgevoeligheid is een waarde die is vastgesteld overeenkomstig de normen van de International Standards Organization (ISO).

Filmsnelheid

Een ander woord voor filmgevoeligheid.

Fish-eye objectief

Een fish-eye objectief is een super groothoekobjectief met een brandpuntafstand van 15 mm. of minder. Met een dergelijk objectief is een beeldhoek van meer dan 180o te bereiken.

Flitssynchronisatie

De juiste sluitertijd die synchroniseert met de flitser. De sluiter moet namelijk volledig open zijn voordat de flitser af mag gaan. Is dat niet het geval, dan wordt een deel van de foto zwart. Bij de juiste flitssynchronisatietijd valt de lichtpuls van de flits precies op het moment dat het sluitergordijn geheel geopend is. Afhankelijk van de gebruikte camera zijn synchronisatiesnelheden mogelijk van 1/30 sec, 1/60 sec, 1/90 sec, 1/125 sec of 1/250 sec. De flitser synchroniseert wel met langere sluitersnelheden, maar niet met kortere.

f-getal

Een schaal van getallen die de grootte van het diafragma aangeven, bijvoorbeeld f2.8, f4, f5.6, f8 etc. Een aantal stapjes van een diafragma getal naar een andere wordt ook wel stops genoemd. Het getal is afgeleid van de lensopening. Hoe groter het f-getal, hoe kleiner de opening en hoe minder licht er op de film valt.

 

Gereflecteerde lichtmeting

Een lichtgevoelige cel in de camera bepaalt hoeveel licht er van het onderwerp naar de camera wordt gereflecteerd.

Lichtmeting

Groothoekobjectief 

Een groothoekobjectief verkleint altijd het onderwerp. De beeldhoek is groter dan bij standaardobjectieven, waardoor het mogelijk is meer in de foto op te nemen. Groothoekobjectieven worden vaak gebruikt bij het fotograferen in beperkte ruimtes.

 

High-key foto

Een foto met extreem lichte, heldere uitstraling. 

 

Indirect flitsen

Een manier van flitsen waarbij de flitslamp niet direct op het onderwerp wordt gericht, maar op een reflecterend vlak, bijvoorbeeld een wit plafond, om zachter licht met minder zware schaduwen te krijgen. 

Invulflits

Bij invulflits wordt gebruik gemaakt van een flitser bij daglicht om schaduwen op het onderwerp 'in te vullen' met extra licht.

ISO-waarde

Zie filmgevoeligheid.

 

Korrel

Het oppervlak van een film is in feite samengesteld uit kleine puntjes of 'korrels'. Hoe hoger de filmgevoeligheid, des te groter de korrels zijn. Wanneer een met een gevoelige film gemaakte opname wordt vergroot, wordt de 'korreligheid' zichtbaar.

 

Lichtsterk objectief

Objectief met een grote maximale diafragmaopening (laag f-getal).

Low-key foto

Foto’s waarvan het grootste gedeelte uit donkere tinten bestaat.

 

Macro-objectief

Een macro-objectief is speciaal ontworpen voor close-up fotografie. Het stelt de camera in staat onderwerpen op een zeer korte afstand van de camera scherp te stellen.

Meerveldmeting

Vorm van lichtmeting waarbij de hoeveelheid licht op verschillende plaatsen in het beeld wordt gemeten.

 

Opvallend lichtmeting

Voor deze manier van lichtmeting moet je de beschikking hebben over een losse belichtingmeter. Met deze belichtingmeter bepaal je hoeveel licht er van de lichtbron (bijv. de zon) op het onderwerp valt. Hiervoor hou je de lichtmeter tussen het onderwerp en de lichtbron met de lichtgevoelige meetcel naar de lichtbron toegekeerd.

Lichtmeting

 

Parallax

Het verschijnsel dat het beeld dat je door de zoeker van een compactcamera of meetzoekercamera ziet niet overeenkomt met het beeld dat op de foto komt. Dit verschijnsel doet zich vooral voor als het onderwerp zich dicht bij de camera (minder dan een meter) bevindt.

Perspectief

Dit begrip verwijst naar de onderlinge formaatverhouding tussen elementen op de voor- en achtergrond. Bij gebruik van een teleobjectief lijken dingen dichter bij elkaar te staan. Bij een groothoekobjectief lijken zaken juist verder uit elkaar te staan.

Polarisatiefilter

Filter dat ongewenste reflecties elimineert en blauwe luchten blauwer en donkerder maakt. Het nadeel van polarisatiefilters is dat ze veel licht opslokken (één tot twee stops).

 

Richtgetal

Het richtgetal van een flitser bepaald de lichtopbrengst en is gelijk aan het product van de afstand (van flitser tot onderwerp) en het benodigde werkdiafragma. Een richtgetal van 45 wil zeggen: bij vol vermogen is diafragma f45 nodig om op 1 meter afstand van het onderwerp een juist belichte opname te maken. Immers richtgetal = afstand x diafragma. Richtgetallen zijn altijd gedefinieerd bij 100 ISO.

Als de lichtgevoeligheid verdubbelt, dan moet je het richtgetal met 1,4 (de vierkantswortel van 2) vermenigvuldigen. Als de lichtgevoeligheid halveert, dan moet het richtgetal vermenigvuldigd worden met 0,7 (de vierkantswortel van 0,5).

Overigens geldt het richtgetal meestal voor een 50 mm lens. Bij het gebruik van een groothoek verkleint het richtgetal en bij het gebruik van een teleobjectief wordt het richtgetal hoger. De rekenregel hierbij is dat als de brandpuntsafstand verdubbelt, het richtgetal met factor 1,4 toeneemt. Omgekeerd is het zo dat als de brandpuntsafstand halveert, het richtgetal met factor 1,4 afneemt.

Ringflitser

Een speciale ringvormige flitser, meestal gebruikt bij macro-fotografie en close-ups, soms ook voor portretten.

 

Scherptediepte

De term scherptediepte verwijst naar het gebied waarbinnen alles, van voor tot achtergrond, scherp is. Hoe kleiner de diafragma-opening (aangeduid met een hoge f-waarde), hoe groter de scherptediepte. Hoe groter de diafragma-opening (aangeduid met een lage f-waarde), hoe geringer de scherptediepte. Overigens is de scherptediepte achter het scherpstelvlak (het punt waarop je scherpstelt) groter dan de scherptediepte voor het scherpstelvlak. Bij een bepaalde scherptediepte zal ongeveer een derde van de scherpte voor het scherpstelvlak vallen en tweederde erachter.

Scherptediepte

Schwarzschildeffect

Het effect dat ontstaat wanneer je extreem lange sluitertijden gebruikt. Sommige films worden aanzienlijk minder gevoelig wanneer je de film langer dan één seconde belicht. Om de film dan toch goed te belichten, moet je of een nog langere sluitertijd of een groter diafragma kiezen.

SLR

Zie spiegelreflexcamera.

Sluitertijd

Eenvoudig gezegd verwijst de sluitertijd naar de duur van het belichten van de film. Een korte sluitertijd betekent dat de sluiter slechts kort open is (bijv. 1/2000 seconde). bij een lange sluiter tijd (bijv. 1/30 seconde) is het omgekeerde het geval. In film heeft een bepaalde hoeveelheid licht nodig om goed belicht te worden. Een langere sluitertijd moet daarom gecompenseerd worden door een kleiner diafragma en omgekeerd. Dit heeft gevolgen voor de scherptediepte. Raak niet in de war van de getallen op uw camera. Een sluitertijd aangegeven als "2000" betekent 1/2000 seconde en is dus erg kort. De fractieaanduiding 1/ is voor het gemak weggelaten.

Spiegelreflexcamera

Met dit begrip (in het Engels SLR, Single Lens Reflex) worden alle 35 mm. camera's aangeduid die zijn uitgerust met één (verwisselbaar) objectief en een spiegel die bij het maken van een foto opklapt en waarbij de zoeker 'exact' het beeld laat zien dat door het objectief wordt waargenomen.

Standaardobjectief

Een standaardobjectief heeft een beeldhoek die gelijk is aan die van het menselijke oog. De gebruikelijke brandpuntafstand is 50 mm.

 

Tegenlicht

Er is sprake van tegenlicht wanneer het onderwerp zich tussen de fotograaf en de belangrijkste lichtbron bevindt. Vanuit de positie van de fotograaf gezien bevindt de belangrijkst lichtbron zich dus achter het onderwerp. De foto wordt als het ware tegen het licht in genomen.

Teleobjectief

Een teleobjectief vergroot altijd het onderwerp. De beeldhoek is kleiner dan bij een standaardobjectief.

TTL

Through The Lens, oftewel het systeem waarbij de hoeveelheid licht dat op de camera af komt door de lens heen gemeten wordt.

 

Vignettering

Donkere hoeken op een foto die ontstaan doordat de diameter van een filter of zonnekap te klein is voor de beeldhoek van de lens.

 

Zoomobjectief

Een objectief waarbij de brandpuntafstand worden gewijzigd. Deze objectieven worden altijd met hun minimale en maximale brandpuntafstanden aangeduid. bijv. 28-80 mm.

 

Ga naar:

Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.